Ik las onlangs het boek De edele Zweedse kunst van het opruimen van Margareta Magnusson. Ze schrijft over döstädning – of zoals we het in het Nederlands zeggen: opruimen voor je doodgaat. Het idee is even eenvoudig als treffend: zorg dat je naasten niet worden opgezadeld met een huis vol spullen als jij er niet meer bent. Ruim op, zolang je daar zelf nog de regie over hebt. Magnusson overleed eerder dit jaar, op 91-jarige leeftijd. Dat ze zelf precies deed wat ze beschreef – bewust afscheid nemen, zonder een berg spullen achter te laten – maakt haar boodschap alleen maar sterker.

Het boek is geschreven vanuit haar eigen perspectief, ergens tussen de tachtig en honderd jaar oud, en dat kleurt de toon. Je zou kunnen denken dat dit een onderwerp is voor later. Voor als je echt op leeftijd bent. Voor als je kleiner gaat wonen.

Maar ik denk dat dat niet klopt.

Want ik ken twee verhalen die allebei over döstädning gaan – en geen van beide gaat over iemand die met een been in het graf staat.

Wat er overblijft als je niets hebt losgelaten

Een familielid overleed een paar jaar geleden. Ze liet een appartement na dat volgestouwd was met spullen. Kledingkasten die niet meer dicht konden. Badkamerkastjes vol producten, veel met een verlopen datum. Voorraadkasten met dingen die al lang niet meer gebruikt werden. Ze was iemand die niets weggooide, en dat was in elk hoekje van haar huis zichtbaar.

Mijn moeder moest dat appartement leegmaken.

Naast het verdriet om het verlies zelf, was er die enorme berg spullen die op haar wachtte. Niet één middag werk, maar weken. Beslissingen nemen terwijl je rouwt. Dingen wegdoen van iemand die er zelf nooit afstand van had willen doen.

Dat trof me. Niet omdat het uitzonderlijk is – want dat is het juist niet – maar omdat het zo vermijdbaar was geweest.

Hoe het ook kan

Daar tegenover staat een ander voorbeeld, een vrouw in mijn omgeving die een paar jaar geleden verhuisde van een hoekwoning naar een appartement. Ze is op leeftijd, maar staat bepaald niet met een been in het graf. Ze is alleenstaand, heeft geen kinderen, en ze wist: als ik dit niet zelf regel, doet niemand het zoals ik het zou willen.

Ze nam de tijd. Ze keek naar elk voorwerp en vroeg zich af: wil ik dit meenemen, en waarom? Voor een groot deel van haar boekenverzameling – historisch, specifiek, niet gemakkelijk onder te brengen – zocht ze zelf al een goed thuis. Dat kostte tijd en moeite, maar het gaf haar iets terug: de geruststelling dat die boeken bij mensen terechtkwamen die er iets mee konden.

Niet omdat ze verwacht dat ze binnenkort doodgaat (ze is hartstikke vitaal!). Maar omdat ze hecht aan haar spullen, de waarde ervan kent, en het belangrijk vindt dat het netjes geregeld is.

Dat vind ik mooi om te zien. Döstädning als vorm van zorg – voor jezelf én voor de mensen die na je komen.

Waarom ik zelf niet wacht tot later

Ik ben bijna 44. Ik verwacht dat ik op ongeveer de helft van mijn leven zit – hopelijk. Dus döstädning in de klassieke zin is voor mij nog ver weg.

Toch herken ik er veel in.

Voor mij begint het hierbij: ik functioneer beter in een opgeruimde omgeving. Ik heb meer rust, ik kan me beter focussen en ik voel me prettiger in mijn eigen huis. Dat is geen theorie – dat is gewoon hoe het voor mij werkt. Opruimen is voor mij dan ook geen opdracht die ik mezelf opleg, maar iets wat ik doe omdat ik de voordelen er dagelijks van voel.

Het mooie bijproduct is dat ik mijn kinderen daarmee iets meegeef: dat spullen komen en gaan in je leven. Dat het oké is om ze los te laten. Herinneringen zitten in mij. En niet alles hoeft te worden onthouden. (Een selectie van) foto’s en filmpjes helpen wel te herinneren. Maar daar zijn niet persé spullen voor nodig.

Magnusson schrijft iets vergelijkbaars, maar dan vanuit een heel andere levensfase. Dat maakt haar boek juist interessant: haar redenering klopt voor iedereen, ongeacht leeftijd.

Wanneer begin je dan?

Wat me het meest bijblijft uit haar boek is een kleine observatie die ze bijna terloops maakt: döstädning – opruimen voor je doodgaat – wordt gemakkelijker als je je hele leven lang je best hebt gedaan de dingen te ordenen. Het is dan geen project dat je op een dag start, maar het resultaat van hoe je al die jaren met je spullen bent omgegaan.

Dat vind ik een rustgevende gedachte. Je hoeft het niet in één keer te doen. Je hoeft er niet oud voor te zijn. Je hoeft niet te verhuizen of een aanleiding te hebben.

Je kunt gewoon nu beginnen. Niet vanuit angst voor de dood, maar vanuit respect voor je eigen leven – en voor de mensen die van je houden.

Ben je benieuwd hoe je dat aanpakt, of weet je niet goed waar je moet beginnen? Plan gerust een vrijblijvende kennismaking, dan kijk ik met je mee.

3 tips voor opruimen voordat je doodgaat

Begin niet met foto’s en brieven

Die zijn soms zo emotioneel geladen dat je er onmiddellijk in verzinkt. Begin met een categorie die weinig lading heeft – kleding is een goede eerste stap.

Stel jezelf één vraag per voorwerp

Wordt iemand gelukkiger als ik dit bewaar? Als het antwoord nee is, mag het weg. Dat klinkt eenvoudig, maar het helpt om sentimentaliteit te scheiden van echte waarde.

Je hoeft niet te wachten op een aanleiding

Opruimen voor je doodgaat is geen project dat je op een dag start. Het is het resultaat van hoe je je hele leven met spullen omgaat. Hoe eerder je begint, hoe lichter het voelt.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *