Er zijn mensen die opruimen zien als een klus die erbij komt. En er zijn mensen die pas na een opruimsessie merken hoe anders ze zich voelen – rustiger, luchtiger, meer zichzelf. De wetenschap over opruimen en gezondheid laat zien dat dat gevoel geen toeval is.

Er is inmiddels een behoorlijke hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek die laat zien dat opruimen en gezondheid nauwer met elkaar verbonden zijn dan we misschien denken. Niet op een magische manier, maar op een heel concrete: je omgeving beïnvloedt je brein, je stressniveau, je slaap en zelfs wat je eet.

In dit artikel deel ik zeven inzichten uit wetenschappelijk onderzoek die dat verband laten zien. Dat helpt om te begrijpen waarom een volle ruimte soms zo zwaar voelt.

1. Een rommelige omgeving verhoogt je stresshormoon

Een van de meest geciteerde onderzoeken op dit gebied is het UCLA-onderzoek uit 2009, gepubliceerd in de Personality and Social Psychology Bulletin. Onderzoekers volgden dertig tweeverdienersgezinnen en analyseerden hoe zij hun thuisomgeving beschreven. Ze namen tegelijkertijd speekselmonsters af om de cortisolwaarden – het stresshormoon – te meten.

Wat bleek: vrouwen die hun huis als rommelig of ‘onaf’ omschreven, hadden gedurende de dag hogere cortisolniveaus dan vrouwen die hun huis als rustgevend ervoeren. Bij mannen in hetzelfde onderzoek was dit effect veel minder aanwezig, wat de onderzoekers koppelden aan de ongelijke verdeling van de mentale last rondom het huishouden.

Ik zie dit vaker tijdens mijn begeleiding: de rommel hoeft niet eens objectief groot te zijn – het gaat erom hoe jij je huis ervaart. Als je binnenkomt en je hoofd meteen begint te inventariseren wat er nog moet gebeuren, kost dat energie. Elke dag opnieuw.

2. Visuele rommel maakt het moeilijker om je te concentreren

Onderzoekers van het Princeton Neuroscience Institute publiceerden in 2011 een studie in het Journal of Neuroscience waaruit bleek dat meerdere prikkels in je gezichtsveld met elkaar concurreren om aandacht in de hersenen. Hoe meer objecten er om je heen zijn die niet relevant zijn voor wat je doet, hoe harder je brein moet werken om die weg te filteren.

Simpel gezegd: rommel kost je concentratie, ook als je er niet bewust naar kijkt. Je hersenen registreren alles wat er in de ruimte staat, of je dat nu wilt of niet. Dat verklaart waarom veel mensen beter kunnen werken aan een leeg bureau, of waarom een opgeruimde kamer anders voelt dan een volle.

3. Je slaapt beter in een opgeruimde slaapkamer

In 2015 onderzochten wetenschappers bij meer dan duizend deelnemers of het opruimen van de slaapkamer invloed heeft op slaapkwaliteit. De bevindingen werden gepubliceerd in het tijdschrift Sleep: mensen die regelmatig (minstens wekelijks) hun slaapkamer opruimden, sliepen meetbaar beter dan mensen die dat niet deden.

De verklaring ligt voor de hand als je er even bij stilstaat. Je slaapkamer is de laatste ruimte die je ziet voor je het licht uitdoet. Als er stapels liggen met onafgemaakte taken, er wacht kleding die nog opgehangen moet worden, of papieren die je eraan herinneren wat er morgen gedaan moet worden – dan geeft je brein geen ‘veilig, rust nu’-signaal. Het ziet onafgerond werk.

4. In een nette omgeving maak je gezondere keuzes

Dit is een van de meest verrassende bevindingen. Onderzoekers van de University of Minnesota deden in 2013 een experiment waarbij deelnemers willekeurig werden ingedeeld in een nette of een rommelige ruimte. Daarna kregen ze de keuze tussen een appel of een reep chocolade.

De mensen in de nette kamer kozen vaker voor de appel. Bovendien doneerden ze meer dan twee keer zoveel aan een goed doel als de mensen in de rommelige ruimte. De onderzoekers, onder leiding van Kathleen Vohs, concludeerden dat een ordelijke omgeving mensen naar meer conventioneel, ‘geordend’ gedrag stuurt – ook op het gebied van voeding en besluitvorming.

Rommel in de keuken kan dus letterlijk invloed hebben op wat je eet. Dat vind ik een mooi gegeven, juist omdat het zo tastbaar is.

5. Rommel activeert een gevoel van onafheid – ook onbewust

Dat de omgeving ons onbewust beïnvloedt, bleek ook uit onderzoek van de University of California. Deelnemers die hun omgeving als rommelig of ‘onaf’ omschreven, rapporteerden vaker gevoelens van vermoeidheid en overweldiging – ongeacht hoeveel ze die dag hadden gedaan.

Dat herken ik bij mensen die ik begeleid. Het is niet zozeer dat ze moe zijn van het opruimen. Ze zijn moe van het constant zien van wat er nog ligt. Elke la die niet sluit, elke hoek met spullen die geen plek hebben – dat zijn kleine maar constante signalen die energie kosten.

6. Rommel ondermijnt je gevoel van thuis – en je welzijn

Onderzoekster Catherine Roster van de University of New Mexico deed samen met collega’s uitgebreid onderzoek naar de relatie tussen rommel, thuisgevoel en welbevinden. In hun studie uit 2016, gepubliceerd in het Journal of Environmental Psychology, ondervroegen ze ruim 1.400 volwassenen in de VS en Canada. De conclusie: rommel had een sterke negatieve invloed op het gevoel van veiligheid en geborgenheid dat mensen aan hun huis ontlenen – en daarmee op hun algemeen welzijn.

Thuis voelt pas echt als thuis als de ruimte iets van jou weerspiegelt, in plaats van iets wat op je drukt. Dat herken ik in mijn begeleiding. Mensen beschrijven hun volle kamer soms als ‘niet van mij’ – alsof de spullen de dienst uitmaken. Na een opruimsessie zeggen ze: “Het voelt alsof ik de ruimte weer terug heb.” Dat klinkt misschien groot, maar het gevoel is heel concreet.

7. Opruimen en gezondheid: de handeling zelf telt ook mee

Tot slot een inzicht dat meer over de handeling ‘opruimen’gaat. Wat opruimen onderscheidt van veel andere vormen van zelfzorg, is dat het resultaat direct zichtbaar is. Je doet iets, en je ziet het meteen. Dat directe effect – kleine beslissingen nemen, iets concreets neerzetten – geeft een gevoel van voldoening dat psychologen koppelen aan een verhoogd gevoel van eigenaarschap en controle over je omgeving.

Dat is ook waarom mensen na een opruimsessie vaak zeggen: “Ik weet niet precies waarom, maar ik voel me beter.” Het is niet de perfecte kamer die dat gevoel geeft. Het is het feit dat je iets hebt gedaan voor jezelf en niet omdat het moest. De combinatie van handelen, direct resultaat zien en bewust kiezen wat je wil houden, heeft een effect dat verder reikt dan de ruimte alleen.

Wil je weten hoe dit voor jou werkt?

Veel mensen die ik begeleid, weten wel dat er iets moet veranderen in hun ruimte, maar weten niet goed waar te beginnen – of hebben al eerder geprobeerd en zijn halverwege gestopt. Dat snap ik goed.

Als je benieuwd bent hoe een begeleidingssessie eruitziet, of wat voor jouw situatie een logische eerste stap zou zijn, plan dan gerust een vrijblijvende kennismaking. Geen verplichtingen, wel een helder gesprek.

Opruimen en gezondheid: 3 dingen om te onthouden

Je omgeving beïnvloedt je meer dan je denkt.

Opruimen en gezondheid zijn nauwer verbonden dan ze lijken. Rommel activeert je stresssysteem op de achtergrond, trekt constant aan je aandacht en kost energie – ook wanneer je er niet actief mee bezig bent.

Opruimen hoeft niet groot of perfect te zijn om effect te hebben.

Zelfs kleine aanpassingen –  een opgeruimde slaapkamer, een leeg bureau, een la die klopt – geven je hersenen ruimte om te ontspannen.

Opruimen als zelfzorg werkt pas als je het zo benadert.

Niet als taak die moet, maar als iets wat je voor jezelf doet. Dat verandert de ervaring, en daarmee ook het resultaat.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *